Koersfanaat | Sprintritten

Om een goede massaspurt te rijden, heb je drie renners van belang nodig: 1 tempobeul (iemand die een hoge Hardrijdstat), 1 aantrekker (een goede hardirjder die toch ook al een redelijke subtopper zou zijn in de spurt) en een echte spurter (hoge spurtstat).

Het voorbereiden van een goede massaspurt begint veel vroeger dan op 12 kilometer van de streep. Je moet in het begin van de etappe best de nodige renners (dus jouw spurter, zijn aantrekker en de tempobeul) beschermen en voorin het peloton plaatsen. Plaatsing is namelijk alles. Als je bij het ingaan van de spurt nog twintig posities moet goedmaken, kan je het wel schudden in 9 van de 10 gevallen! 
Ervan uitgaande dat de plaatsing ideaal is verlopen (speel wat met kort overnemen, positie behouden en de inspanningsmeter), laat je de drie renners van belang drinken op 17 en een halve kilometer van de streep.

Op 12 kilometer begint dan het daadwerkelijke gewring. Vorm meteen je treintje (hardrijder-aantrekker-spurter) en zet de twee spurters op 99% volgen, zodat ze zeker niet het wiel kwijtgeraken. Hou gedurende vier kilometer jezelf gedeisd. Normaal gezien zal het ook wel een kleine kilometer duren vooraleer je trein gevormd is, dus je wacht geduldig op het 8 km- bord. Dan laat je je hardrijder op maximale inspanning bolletje rijden, waarmee je treintje in een ruk naar voren zal schieten, voorbij de tegenstand. 

Mits je een sterke hardrijder hebt, kan die dit heel lang volhouden. Op 2,5 kilometer van het eind is het moment gekomen om je aantrekker dan zijn werk te laten doen (of vroeger indien je merkt dat de concurrentie echt snel over je heen gaat komen). Vanaf dan is het kijken (afhankelijk van de hellingsgraad en vermoeidheid) hoe ver de spurt van je aantrekker draagt. Als je voelt dat je snelheid gaat verliezen, kom je erover met je eigenlijke spurter. Een ideaal moment daarvoor zou 1,2 kilometer van de streep zijn. Dit zal echter iedere keer een andere afstand zijn, geen enkele koers is het zelfde. Fixeer je dus niet dood op dat getal. 

De perfecte spurt is natuurlijk een tijdje zoeken en het finetunen van deze tactiek naar de maatstaven van jouw renners (honderd meter verder aanzetten/ een kilometer langer wachten).